Volleybal – de spelregels in kort bestek

De Nevobo biedt je de volledige officiële volleybalregels (topdivisie en lager);
hieronder een overzicht van de basis.

Algemeen

Het volleybalveld is 9x9m per speelzijde met ertussen een net op 2m24 (dames) of 2m43 (heren) hoogte. Er is een stok aanwezig om dit te meten.
Er worden 4 sets tot 25 punten gespeeld, de eventuele 5e set tot 15 punten; setwinst geldt altijd met minimaal twee punten verschil.
Er staan maximaal zes spelers in het veld.

Spelsituatie

De bal is in het spel vanaf het moment dat hij geraakt wordt bij de opslag.
De bal is ‘in’ als het speelveld of de lijnen van het speelveld worden geraakt (dus: lijn = in !).
De bal is ‘uit’ als de bal de antenne raakt, buiten het speelveld een object raakt (zoals vloer, plafond, bank, publiek etc.) of onder het net door of buiten de antenne om naar de tegenstander wordt gespeeld.

De bal

Elk team mag maximaal drie balcontacten gebruiken om de bal terug over het net te spelen. Het blok geldt niet als contact.
Een speler mag de bal niet twee keer na elkaar raken. Uitzondering: bij de 1e pass mag de bal achtereenvolgens verschillende delen van het lichaam raken, mits deze contacten gedurende één actie plaatsvinden.
De bal mag met de voet geraakt worden.
De bal mag het net raken, ook tijdens de service.

De service

Er wordt geserveerd in volgorde van opstelling.
Er mag pas geserveerd worden als de scheidsrechter heeft gefloten.
Bij de service mag de speler met zijn/haar voeten niet op of over de lijn komen.

De speler

De speler mag het net niet raken bij het (proberen te) spelen van een bal.
De speler mag officieel met de voeten of handen op de speelhelft van de tegenstander komen, mits hij/zij niet met de hele voet over de middellijn komt.
MAAR: je mag de tegenstander niet hinderen en er mag geen gevaarlijke situatie ontstaan.
De speler mag blokkeren met zijn/haar handen over het net, behalve als de tegenpartij een set-up wil geven (2e bal).
Een achterspeler mag niet voor de 3-meterlijn aanvallen, behalve als op het moment van raken de bal niet boven het net is.

Het blok

De opslag mag niet geblokkeerd worden binnen de 3 m.
Een set-up mag niet geblokkeerd worden (= meestal 2e bal ).
Een speler mag een aanvalsbal blokkeren en daarna als eerste de bal weer spelen. Het blok geldt niet als contact.

De scheidsrechter

Van de scheidsrechter verwachten we een actieve, oplettende houding. Hij of zij geeft met duidelijke fluitsignalen en armgebaren leiding aan de wedstrijd.
De scheidsrechter controleert de spelerskaarten, nummers op wedstrijdformulier en wie wie is.
Als de scheidsrechter niet kan beoordelen of een object (zoals de grond of het plafond) wordt geraakt, doordat de bal zich buiten het zicht van hem/haar bevond, moet de scheidsrechter affluiten en dubbelfout geven.
De scheidsrechter moet ook technische fouten affluiten zoals draagballen (te lang contact) en twee keer spelen door dezelfde speler (niet met de vingers gelijktijdig de bal raken).
Als er een bal in het veld is moet direct worden gewaarschuwd. Het punt wordt opnieuw gespeeld (dubbelfout). Spelers moeten DIRECT ophouden met spelen, vanwege de veiligheid.
Bij een fout (bal: in/uit/technisch) moet de scheidsrechter eerst fluiten, dan rustig aanwijzen welk team de bal krijgt en vervolgens de fout aangeven. (neem daar de tijd voor, 3-4 sec) Je moet tijdens de wedstrijd de fluit in je mond houden, anders ben je altijd te laat! Je hebt dan ook beide handen vrij om de tekens aan te geven, en snel te fluiten bij een fout. Fluit in de hand staat nogal onervaren.
Alleen de aanvoerder heeft contact met de scheidsrechter.
De scheidsrechter is verantwoordelijk voor het tijdig beginnen van een wedstrijd (voor zover mogelijk) en voor een vlot verloop van de wedstrijd.